Achtergrond

LEV-kaarten is oorspronkelijk ontwikkeld voor jongeren in het voortgezet onderwijs. In de praktijk blijkt het ook passend te zijn voor de bovenbouw van de basisschool en volwassenen. De kracht van LEV-kaarten zit in de metafoor van de boom. De vragen bij de opdrachten kunnen moeilijk of confronterend zijn. Door jezelf als boom te zien, praat je makkelijker over persoonlijke en wellicht gevoelige dingen. Daarmee kom je dichter bij jezelf en bij de ander.

LEV gebruikt de boom als metafoor voor een mens. Ieder mens is uniek gevormd. Bij elk onderdeel van de boom zijn opdrachten ontwikkeld. Zo’n opdracht is het vertrekpunt om te “bomen” over de achtergrond van jezelf en de ander. Te weten de wortels, de stam, de kern en de kroon.

Als iemand goed geworteld is, heeft hij een sterke stam. Dat staat voor voldoende zelfvertrouwen en een gezond zelfbeeld. Hij draagt dan takken waarin hij zichzelf sociaal en emotioneel kan ontplooien. Hij kan vrucht dragen en iets voor anderen betekenen. Iemand kan vanuit een voldoende mate van zelfvertrouwen omgaan met emoties van zichzelf en anderen. Hij kan en durft zich sociaal te bewegen. Ook kan hij voldoende voor zichzelf opkomen en rekening houden met een ander.

Als trainer, leerlingbegeleider of mentor kun je niets veranderen aan de aanleg van de persoon. Wel kun je de groeiomstandigheden beïnvloeden om hem/haar te helpen groeien en zich te ontwikkelen. Je kunt voor iemand van betekenis zijn door naar zijn of haar verhaal te luisteren, door erkenning te geven en hem of haar echt te zien. Door de persoon te laten zien waarin hij van waarde is (door te laten zien wat hij geeft) kan hij zijn gevoel van eigenwaarde ontwikkelen. Daardoor ontwikkelt hij een gezond, reëel zelfbeeld. Iemand kent zijn mogelijkheden, talenten en beperkingen en durft daarvoor uit te komen.

De vier delen van LEV zijn:

  • De wortels
  • De stam
  • De kern
  • De kroon

LEV is bedoeld voor jezelf, vrienden, collega’s, coaches, trainers, leerlingbegeleiders en mentoren die aan de slag willen gaan met LEV.

LEV-kaarten kan op verschillende manieren gebruikt worden:

  • in kleine groepen en kringen
  • in de mentorles
  • in één-op-één begeleiding
  • coaching
  • in het gezin of vriendenkring
  • in bijbelkringen en studiegroepen

Iedere boom is uniek. Geen twee bomen zijn hetzelfde. Net als al die 7 miljard mensen op de aarde. Maar iedere boom heeft wortels, een stam, een kern en een kroon. En die maken samen het beeld van die boom. LEV-kaarten heeft de boom als metafoor voor een mens. Want ieder mens is uniek gevormd. Bij elk onderdeel van de boom zijn drie opdrachten in de handreiking opgenomen. Deze opdracht is het vertrekpunt om te “bomen” over de achtergrond van jezelf en de ander. Je hoeft niet strikt een opdracht uit de handreiking te volgen; benut de opdracht en de LEV-kaarten als opstap om te verkennen, te leren, te ontdekken en te groeien.

Contextuele achtergrond

Mensen leven in verbanden, zoals familie, gezin, school, vriendenkring, werk, kerk en andere maatschappelijke vormen. Deze verbanden zijn onze context. In deze context ontwikkelt iemand zich tot wie hij is.
De contextuele benadering is ontwikkelt door Ivan Boszormenyi-Nagy (spreek uit: Notsch), een Hongaars-Amerikaans psychiater (1920-2007). Nagy ging ervan uit dat het relaties zijn die ons wel en wee bepalen. Dat relaties in welke vorm dan ook, invloed hebben op onze ontwikkeling, op ons functioneren, op hoe we voelen, op onze lichamelijke gezondheid en ons sociaal functioneren.

Er zijn relaties die ons gevormd hebben, andere die ons misvormden. Sommige helpen en andere zijn een zware last. Nagy maakte daarbij onderscheid tussen relaties met een bloedband, die je dus gegeven zijn, en gekozen relaties. Hij ging ervan uit dat het voornamelijk de relaties met een bloedband zijn waardoor we heling kunnen ontvangen (Reijersen-Van Buuren, 2010). Door de nadruk te leggen op de relaties voegt Nagy een extra dimensie toe aan de gebruikelijke psychologische benadering. De psychologie gaat immers uit van de feiten (1e dimensie), psyche (2e dimensie) en interacties (3e dimensie). Dit worden de eerste drie dimensies genoemd

De contextuele benadering gaat er van uit dat al deze drie dimensies relevant zijn. Maar de uiteindelijke onderlinge samenhang tussen deze dimensies wordt bepaald door hoe mensen met elkaar omgaan. Dit is de vierde dimensie. In de 4e dimensie gaat het daarom over “loyaliteit” en “(on)rechtvaardigheid” binnen relaties en het daarmee samenhangende vertrouwen tussen mensen. De relaties waarin iemand leeft en leefde, vormen zijn context.